Gehannes met de anderhalve meter; en dat is zee-hee-ven

Terwijl de lockdown zichtbaar weer omvormt tot de drukte van alledag en de coronacijfers al weken een dalende lijn zien, laait de maatschappelijke discussie over de noodzaak van de maatregelen op. Vandaag behandelt de rechter in Den Haag een aanklacht van Viruswaanzin om de noodmaatregelen per direct te beëindigen, omdat ze buitenproportioneel zijn geworden in hun ogen. En misschien is dat ook gewoon zo. De druk is van de ketel en de grootste risico’s zijn of niet uitgekomen of inmiddels beheersbaar geworden. Bij de ontspanning horen ook weer ‘normale’ dingen, zoals een dag met je oude moeder mee die een staaroperatie moet ondergaan in het ziekenhuis aan de andere kant van de stad. Ik had niet zo nagedacht over de wetten omdat ik me eigenlijks nauwelijks in het ‘normale’ leven begeef, leid al jaren een wat teruggetrokken leven, zo’n beetje van mn vorige blogpublicatie tot de dag dat de lockdown werd ingevoerd. Dat is een heel ander verhaal, iets tussen eclipsen in, eerst terug naar gisteren. Het was namelijk even schrikken, aan het eind van de dag realiseerde ik me dat ik nog nooit zoveel overtredingen op een rij had begaan. Maar ik had ook niet geweten hoe ik anders mijn moeder had bij kunnen staan. Een bloemlezing van een dag in de bus en het ziekenhuis onder noodwetmaatregelen:

Het begon al goed, moeders wilde met de bus naar het ziekenhuis omdat dat veiliger leek met een afgeplakt oog. Beiden geen reguliere busreizigers, hadden we de beschikking over nog één ov-kaart. Bij de bushalte bleek dat we niet naar de chauffeur toe konden, er was geen enkele mogelijkheid om iets te vragen of om een kaartje te kopen, we stapten maar gewoon in en deden voor het eerst een mondkapje op.
Overtreding één: zwartrijden in de bus.

Na twintig seconden ontdekten we dat je het dragen van mondkapjes beter thuis kunt oefenen, we stikten zowat en konden niet met goed fatsoen zo een half uur in de warme bus zitten. Dus we deden stiekem de mondkapjes af en gingen bedekt in een hoekje zitten, we voelden ons twee boeven. Op de terugweg ging het al ietsjes beter, maar we kwamen ook tot de ontdekking dat we waarschijnlijk voorlopig maar niet meer met het openbaar vervoer zullen reizen; het is het zuurstofgebrek niet waard, er zijn grenzen, de regio is ook prachtig op de fiets en een volgende keer vragen we de buurman wel of hij ons wil halen en brengen…
Overtreding twee: zonder niet-medisch mondkapje in het OV

In het ziekenhuis aangekomen gingen we door een sluis van desinfecteerpalen. Daar was geen ontkomen aan, ook niet aan het gedrang in de hal, de anderhalve meter is op veel plaatsen schier onhoudbaar. We moesten wat wachten en dralen want we mochten niet te vroeg komen wachten. Ik heb een moeder van de oude stempel die altijd overal een half uur te vroeg is, de verpleegsters waren vriendelijk en we mochten op ons gemakje vast in de wachtkamer plaatsnemen. Daar moest ik haar alleen laten toen het te druk werd, dus ging ik op zoek naar een rookzuil. Buiten werd een bejaarde vrouw afgezet die onzeker in de deur van de auto bleef staan. “Heeft u hulp nodig?”. “Oh graag vrouwke, mag ik uw arm vasthouden?” “Ja natuurlijk, kom ik breng u wel naar een bankje.” Het was zo warm, de chauffeur durfde het niet aan om de vrouw in de auto te laten wachten terwijl ze een rolstoel ging halen. De vrouw was net herstellende van een valpartij en doodsbang om alleen te lopen.
Overtreding drie: binnen de cirkel van anderhalve meter met een vreemde uit de risicogroep en aanraking.

Natuurlijk vergeet ik in de consternatie de rookstrepen en zie ik mezelf boven een rookverbod een hijs nemen, ik loop snel naar een ander hoekje op de stoep.
Overtreding vier: roken in de openlucht buiten de aangegeven rookzone.

In het ziekenhuis zoek ik nog naar een manier om met een geldig vervoersbewijs terug naar huis te komen. Samen met de gastvrouw komen we erachter dat er geen OV-verkoopzuil aanwezig is in het ziekenhuis, ik moet naar het station of een smartphone aanschaffen.
Overtreding vijf: zwartrijden in de bus retour.

Inmiddels zit mn moeder met een afgeplakt oog en mondkapje tegenover me en bedenkt ze ineens: oh we zijn geen huishouden, had je eigenlijk wel mee gemogen? In theorie natuurlijk niet.
Overtreding zes: binnen de cirkel van anderhalve meter met iemand die niet tot het eigen huishouden behoort.

Nog nooit eerder had ik zoveel overtredingen begaan. De hoogste bekeuring die ik ooit heb gehad is geweest voor het te laat betalen van mijn zorgverzekering en fietsen zonder licht in het donker. Gisteren deed ik dingen die ‘vroeger’ volstrekt normaal waren. Ik kon ook met geen mogelijkheid bedenken hoe ik het anders had moeten oplossen? Mijn moeder alleen in de bus zetten en erachteraan fietsen? Ja had gekund natuurlijk…Die mevrouw laten vallen? Was een optie, die ik niet verkoos. En die strepen op de stoep waar ik wel en niet mag roken, daar moet ik gewoon een beter oog voor ontwikkelen. Dat was gewoon dom. Die avond krijg ik een stuk clandestiene kaas in m’n handen gedrukt. Plaatselijke ambachtelijkheid met liefde gemaakt door een kennis die kaasmaken als hobby heeft. Thuisgekomen neem ik een hap en denk, ooh dat proef je dit handwerk. Tegelijkertijd realiseer ik me ook dat deze kaas nooit verkocht zal mogen worden. En ik moet hard lachen.
En dat is zee-hee-ven.

105690242_583980622258376_456734478772922421_n

Het was een vreemde dag gisteren. En ik met eens diep gaan nadenken hoe ver ikzelf nog wil en kan gaan met het leven volgens de regels die ik niet begrijp en die soms ook niet uitvoerbaar zijn, tenminste als ik nog met mezelf wil kunnen leven. Ook tijdens de lockdown vond ik mezelf in een aantal situaties die op dat moment hoogst strafbaar waren, maar waar evengoed gold dat als ik me aan de regels had gehouden een medemens in het water of erger was gevallen. 

Heb gelukkig ook veel mensen ontmoet onder de handhavers en verplegers en anderen die hun best deden om binnen de grenzen met liefde en zorgzaamheid te blijven bewegen. Er werd niet gehandhaafd en wel overlegd over hoe we de samenwerking op afstand konden vormgeven en werden er veel oogjes toegknepen. Het voelt ook alsof ik geluk heb gehad en ik heb ook grote oefeningen in zelfbeheersing mogen proeven. Dat werpt tegelijkertijd de vraag op, heb je dat dan wel nodig zo’n wet? Als mensen uit hun hart hun verantwoordelijkheid hebben genomen de afgelopen tijd. En waarom ben ik strafbaar als tussen mij en twee of meer mensen een tijdelijke band ontstaat waarin je elkaar bijstaat in wederzijdse instemming. Van mij mag dat debat losbarsten tot iedere onzalige gedachte om een wet een virus te laten bestrijden, van tafel is. Ik leg straks weer bloemen, deze keer bij de rechtbank, het was gisteren immers ook gewoon Sint Jan en heb mijn dochter die de overstap van kind naar vrouw maakt niet over het vuur kunnen zien springen; ik heb behoefte aan een stukje rouw.

105489696_197145001599741_5648394663124330300_n (1)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s